Stadmakerscongres 2025: Stadmakersacademie – strijd om de ruimte

Foto: Aad Hoogendoorn

Rotterdam barst van de coöperatieve en sociaal-maatschappelijke initiatieven die lang niet altijd kunnen rekenen op een vaste plek in de stad. Tijdens het Stadmakerscongres 2025 werd in het atelier ‘Stadmakersacademie: strijd om de ruimte’ onderzocht hoe die initiatieven hun eigen locatie kunnen bestendigen. Een verslag van een bruisende en drukbezochte uitwisseling.

Gevecht om de ruimte

Robbert de Vrieze, maatschappelijk ontwerper en architect, trapt de sessie af in de erkerfoyer van Theater Rotterdam samen met architect Nazanin Hedayati. Het atelier van vandaag is een vervolg op de ateliers die werden gehouden tijdens voorgaande Stadmakerscongressen en inzoomden op hoe je als initiatief je stem kunt laten gelden. Vandaag staat dus de ruimte centraal, of beter gezegd: het gebrek daaraan. “Hoe gaan al die collectieve initiatieven vechten om de ruimte in de stad?”, vraagt De Vrieze zich hardop af.

Huis van de Toekomst

Ter inspiratie haalt hij het Huis van de Toekomst erbij, een initiatief dat zich in het kader van leegstandsbeheer heeft ontwikkeld van hoekpandje tot beheercoöperatie en een vaste plek heeft in Bospolder-Tussendijken. De woon- en energiegemeenschap is een plek voor ontmoeting, levert een belangrijk netwerk op in de wijk en combineert meervoudige waarden, zoals circulariteit, mentale gezondheid en draagvlak voor de energietransitie. Kortom: het Huis van de Toekomst beschikt over kennis en ervaring waar andere initiatieven van kunnen leren. Binnen een ‘Stadmakersacademie’ wellicht? Is daar behoefte aan in Rotterdam?

Foto: Aad Hoogendoorn

 

Baltimore Planning Academy

Voordat alle deelnemers met elkaar in discussie gaan aan verschillende werktafels vertellen community urbanist en skateboarder Mike van Staten en maker Bjorn Romy over hun recente reis naar de Amerikaanse stad Baltimore. Die maakten ze met een groep specialisten van de gemeente Rotterdam, en ook Barbara Luns, directeur van AIR, om te leren van de stad en de Baltimore Planning Academy. “Het voelde bijna als thuiskomen, in een stad die niet de mijne was”, spreekt Romy treffend.

Rotterdam en de middelgrote stad in Maryland hebben nogal wat overeenkomsten: havensteden, met ongeveer dezelfde inwoneraantallen en uitdagingen zoals klimaatverandering. Een verdeelde stad is Baltimore ook, wat nog eens versterkt wordt door ongelijke investeringen. Er zijn ook grote verschillen, zo heeft Baltimore een kleine overheid, waar in Rotterdam juist veel binnen de gemeente ontwikkeld wordt en je als initiatief altijd met de gemeente te maken krijgt.

“Een stad heeft communities nodig, anders gebeurt er niks.” – Mike van Staten en Bjorn Romy

Bottom-up initiatieven

Binnen die moeilijke leefomstandigheden ontstaan hechte communities, hebben Van Staten en Romy ervaren. Baltimore – ‘the rose that grew from concrete’ – kent opvallend veel bottom-up initiatieven, groot én klein. En dat is maar goed ook, want “de stad heeft communities nodig, anders gebeurt er niks”, aldus Van Staten en Romy. De Vrieze vraagt ze naar hun belangrijkste take-aways uit Baltimore. Voor Van Staten is dat de houding van de stad ten opzichte van de initiatieven. Natuurlijk, de context in Baltimore is anders, maar van hun manier van denken kunnen we leren. Romy roemt vooral alle non-profits die hij heeft leren kennen. Organisaties die verandering proberen te bewerkstelligen en direct voortkomen uit de communities, onafhankelijk van hulp van bovenaf. Zijn conclusie resoneert mooi met de quote van politieke wetenschapper Elinor Ostrom die De Vrieze aan het begin van het atelier deelde. Voor een duurzaam en rechtvaardig beheer van commons is het inbouwen van verantwoordelijkheid nodig, vanaf het begin én zo laag mogelijk.

Dan verdelen de deelnemers zich over de werktafels, geleid door verschillende initiatieven en partijen. “Wat wil je leren en wat kunnen anderen van jou leren?”, geeft De Vrieze iedereen nog mee.

Foto: Aad Hoogendoorn

Leegstand en versnipperde kennis

Helemaal uit Nijmegen is Bas de Vries gekomen om aan zijn tafel kennis te delen over NYMA makersplaats, wat vanuit tijdelijkheid is doorgegroeid naar een permanente plek in de Gelderse stad. Initiatieven moeten inspelen op de enorme leegstand in steden, klinkt het aan de tafel. Hierbij liggen veel kansen voor creatieve makers, die weliswaar minder huur opleveren, maar wel voor continuïteit zorgen.

Aan een andere tafel, ‘Bottom-up initiatieven voor woningen’, wordt gezamenlijk gekeken hoe burgers op innovatieve manieren woningen kunnen ‘vinden’. Aan deze tafel geleid door Aissa Traore oppert een van de deelnemers om wooncoöperaties op te richten of zelf te ontwikkelen. Maar alles in je eentje doen is niet handig, luidt de conclusie. Jezelf verenigen, dat is de weg naar voren. Op dit gebied is wel veel sprake van versnipperde kennis die ergens moet worden gecentraliseerd, waarmee de urgentie van een Stadmakersacademie maar weer wordt benadrukt.

Bijeenbrengen van vraag en aanbod

Aan niet één maar twee tafels wordt de ontwikkeling van zo’n Stadmakersacademie besproken. De deelnemers kijken hierbij ook even achteruit, naar de stadsvernieuwing van de jaren zeventig: een bron van inspiratie als het gaat om kennisdeling. Aan weer een andere tafel staat leegstaand maatschappelijk vastgoed centraal. De gemeente kan een actieve rol spelen in het versterken van gemeenschappen door maatschappelijk vastgoed beschikbaar te stellen voor gebruik door de buurt, maar hoe kunnen gemeente en initiatieven elkaar beter vinden? Simpel, concluderen de deelnemers: door met behulp van een databank vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Zo eenvoudig kan het zijn.

Het is duidelijk dat de deelnemers nog veel langer met elkaar hadden willen discussiëren, maar na anderhalf uur is de tijd op. Geen zorgen, drukt De Vrieze alle aanwezigen op het hart: alle input van vandaag zal worden verzameld én er wordt gekeken hoe aan dit onderwerp het hele jaar door aandacht kan worden gegeven.

Gerelateerde items